PIRELLI’S BAKFIETS

Ik schrijf graag over filosofische onderwerpen. Over het algemeen betalen die echter wat minder goed. Omdat de filosofie in alles met chi te vinden is, ofwel in alles, schrijf ik ook graag teksten over fietsen. Als me dat gevraagd wordt in ieder geval. Zo werk ik momenteel aan de uitdagende taak, artikelen te schrijven rondom zo’n duizend fietsmodellen. Dat doe ik slapend. Maar na een aantal honderd fietsen komt het touwtje toch wat strakker te staan. Men kan lang putten uit zijn innerlijke vergaarbak rondom de woordboom fiets: chroom, hoogwaardig, hippe voordrager, gesloten kettingkast, comfortabel zadel, dubbele rem en modieus gevormd retro frame, maar niet eindeloos. De variatie buigt zich na enkele dagen naar herhaling, al moet ik zeggen, zelfs in herhaling schuilt diversiteit.
Mijn gedachten dwaalden onvermijdelijk af. Ik moest denken aan de ophef rond de Pirelli-kalender, die, tot mijn blije verbazing, vrouwen van alle leeftijden in hun kracht toont. Niet alleen de strak getrainde premature blaadjes, maar vrouwen die wat bewerkstelligd hebben in deze wereld, voor het grootste gedeelte gewoon aangekleed. Een goedkoop gevoel overviel me. Prees ik fietsen immers niet aan als hitsige jonge dames? Bereid, geschikt en bespringbaar, allemaal strak en net geboren? Wat droeg ik hier eigenlijk mee bij? Ik hielp een kwalitatieve onlineshop hun producten aan de man te krijgen. Ik leverde maatwerk, maar dit alles binnen een zelfminnend, kapitalistisch systeem.

Pirelli's bakfiets

Een strakke racefiets verkoopt, net als een exhibitionistische deerne. Ik moest denken aan de oude bakfiets die een vriend van me bezat. Rustiek, is het woord. Hij rook naar de fikkies die we stookten in het bos. Naar de kunstacademie, hooi en gras. Naar vrije weekenden waarin mijn vriend me in de bak wierp waarna we zingend door onbekende heidegebieden knalden. Een onverkoopbaar geval. Getergd, gerimpeld en doortrokken van verleden. De perfecte fiets voor Pirelli.
Zou ik echter van deze fiets een artikel maken, eindigde ik in poëzie. Een gedicht is niet SEO. Heeft geen vast aantal woorden, geen metatitle. De diepste kern van een gedicht is dat het zich verstopt voor alles dat nuttig is. Niet te marketen dus, dat deed Pirelli toch beter. Ik keek naar mijn scherm. Staarde afwezig door een raster van aluminium velgen tot een momentje van inzicht zich aandiende. Pirelli is een bandenfabrikant. Misschien toch maar eens een balletje opgooien bij mijn nieuwe opdrachtgever. Oude bakfietsen, een stad vol hipsters: laat nooit teveel roest slaan op je dromen.

 

 

GASTBLOG MARJON ZOMER

LEEF TIJD

Vijf was ik en zijwieltjes bestonden niet. Althans niet in mijn wereld. Ik leerde op de parkeervakken bij de flats in onze wijk fietsen. Los fietsen. Alleen. Net zo lang vallen tot je het kan. Ik zwieberde met het stuurtje. Ontweek de garageboxen maar net. En het lukte.

Trots was ik. Door de steeg sjeesde ik, op weg naar huis. Nam de bocht naar rechts te groot.
Met mijn kruis belandde ik op de koplap van een auto. De deuk in de motorkap probeerde ik weg te aaien. Te slaan. Te timmeren met mijn vuisten.
Thuis zei ik niets.

‘dansles

ze zeiden dat de oude man die op de hoek van de
Sam de Wolffstraat woonde
kinderen ving om ze voor de duvel te laten dansen

ik fietste voor het eerst zonder zijwielen los
tegen de koplamp op van zijn eend
hij tikte tegen de ramen

’s avonds stond hij in onze woonkamer
en moest ik uit bed en in mijn pyjama
zeggen wat ik had gedaan

met mij en dansen
is het nooit goed gekomen’

Leef tijd door Marjon Zomer

Ik leerde mijn jongste dochter fietsen in een chique buurt in onze stad. Brede paden, weinig verkeer en de kinderboerderij lekker dichtbij. Het had wat tijd nodig. Onzeker wiebelde ze naast me. We waren voor de vijfde dag op rij aan het oefenen. Ik hield haar bovenarm vast en één slag van mijn trappers waren er vier voor haar. Kleine wieltjes en kleine stuurtjes maken het niet gemakkelijker qua evenwicht. ‘Nog één rondje,’ zei ik, ‘dan gaan we naar de geitjes.’
Ik duwde haar voort en ze stopte met trappen. ‘Dieren hoeven nooit te leren fietsen hé Mam?’ vroeg ze.
Ik lachte en bevestigde haar overdenking. ‘Dieren moeten weer andere dingen leren,’ antwoordde ik. We zetten onze fietsen tegen het hek bij de kinderboerderij. We liepen door de stal, aaiden een moedervarken over haar kont. Harde kromme gele haren had ze. Biggetjes krioelden rond haar buik. We speelden met de geitjes die in de omheinde speeltuin los liepen. Probeerden om net zo gek weg te springen. De vele dropjes op de grond waren aanleiding om heel lang naar de achterkant van een geitje te blijven kijken. Tot ze er een zag vallen. Ze klapte van plezier in haar handen. Applaus voor poepen. De geit had er niks van.
We liepen met onze schoenen aan door de kikkerpoel. Bleven lang staan kijken bij een Belgisch paard met een achterwerk van heb-ik-jou-daar achter een hek in een wei. Aaiden konijnen in de hokken die op ooghoogte stonden. Keken bij de kippen en pauwen in de rennen. Op de fiets naar huis vroeg ze: ‘Hoe leren dieren eigenlijk om opgesloten te blijven?’
Vijf jaar en nog een hele tijd te gaan.

© Marjon Zomer

 

Fotografie: Wiebren Altena van De Blauwe Spreeuw
Illustratie: Elin Berben