Ik vroeg me vandaag af waarom ik eigenlijk zoveel vloek in gedichten. Als ik mijn eigen werk teruglees schrik ik geregeld. Het is als afdalen van een bootladdertje naar een walmend ruim vol vergane vissenbuiken en handtastelijk wier. Een ode aan miscommunicatie. Een schlager vol misvatting. Een viering van in de knop gebroken liefde. De vraag: Ben ik dat? drong zich deze ochtend onvermijdelijk aan me op. Legt mijn levensvisie zich hier bloot als een stuitende made? Ben ik eigenlijk, ondanks mijn frivole voorkomen, zo zwartgallig als een zaterdageditie?

DE MIST VAN HET ANTWOORD

Het antwoord liet op zich wachten. Ik kauwde op een broodje, deed de dreumes in bad, kuste mijn geliefde. Ik liep door de kamer heen, bewonderde het uitzicht tot in de oksel van de Maas en ging weer zitten.

Ik zat hier in mijn één-verdieping- van- een penthouse-af- appartementje hoog en droog. Het resultaat van nogal wat klauterwerk. Ik had me niet tot deze hoogte gevloekt maar gedroomd. Jarenlang visualiseerde ik mijzelf stug achter een bureau, met een exotische geliefde aan mijn zijde, terwijl ik het brood letterlijk op de plank schreef. Het uitzicht en kind kreeg ik er nietsvermoedend bij.

WAAR KAN IK GOEDKOOP TANKEN

Voor zulke voortgang heb je een chronisch positieve elleboog nodig naast een goede afzetgrond. Check: aanwezig. Een turbulente jeugd, gecombineerd met de inborst van een solistische pitbull met dromerige ambities. Steunend op je ellende kom je een heel eind. Die moet je alleen van je af zien te spugen. Fel en ver, alsof je je eigen acht cilindermotor bent, al ronkend en pruttelend vooruit. Alles wat niet goed gaat, wat je verveelt, wat schrijnt, wat je verloor moet je op een stinkende hoop gooien tot het gaat gisten en rotten. Die gassen zijn goud waard, het zou een hele bedrijfstak DE TUINEN overbodig maken, elke buig- zo -diep- tot- u- uw- navel- kust- tantraschool ruïneren.

In plaats van cynisch te worden of van je af te gaan rammen op een voetbalveld zou je ze als een energiebron kunnen zien. De aanzet tot handelen, de wind in je rug. Waar kan ik goedkoop tanken? In de onderbuik. Godverdomme, keihard gratis benzine.

En het residu, ach, dat noem je gewoon poëzie.

Fotografie: Wiebren Altena van De Blauwe Spreeuw