Freelancen is jagen. Als ik mijn computer aanklik, schieten er vreemde stofjes door mijn amygdala met namen die zich zelfs aan Google onttrekken. Ik ben een vooruitstormer. Aanvallen in de flank zie ik nooit aankomen, het beste bewijs is waarschijnlijk wel dat ik dit hier zo zorgeloos neertyp. Ik zie het niet omdat ik mijn oog op de verte richt. De concurrentie, die je al voortploegend als eenmansbedrijf eenmaal tegenkomt, is dan ook altijd weer een verrassing voor mij. Overduidelijk zijn er meer pijlen op de mammoet gericht. Op het moment dat ik dat doorheb, storm ik nog een tandje harder door in de soort paniek waarmee mensen ook op het slagveld af rennen, alle controle van zich afschuddend.

BRONSTIG

Dat hele proces vult me met onkantoorachtige sensaties. Eigenlijk word ik er een soort van hitsig van. Ik lik nog net niet aan mijn scherm, maar hier gebeurt iets, de strijd om het bestaan. Maslow, Darwin, Nietzsche, neurie ik onwillekeurig. Om het bij die laatste te houden: met veel retorisch geweld zet ik me tot het typen van mails waarin ik al mijn kwaliteiten aanbeveel en soms een zwakte. Als dat zo uitkomt. De waarheid is de meest overtuigend klinkende verkoopboodschap, dat weet iedereen.

HOE VIND IK EEN OPDRACHT

Met bloeddoorlopen ogen scan ik profielen van medejagers op het oerdier. Ik heb daar weinig tijd voor nodig. De een is te duur, de ander heeft onverkoopbaar haar, een derde een profiel in code. Maar natuurlijk zijn er ook excellente hunters. Modieus gestyled, de paraatheid gutsend door het bloed, fit en hongerig. Vaak hebben die onmogelijke combinaties van kwaliteiten. Woonachtig aan de M. Primigeniuskade, all round gespecialiseerd, en bizar betaalbaar.

SEE NO EVIL

Die negeer ik. Als ik heel eerlijk ben, is mijn innerlijke computer er gewoon niet op afgesteld onzeker van ze te worden. Alles dat ze in me oproepen is een vreemde, aarde-achtige klank. Een rookachtige sneer, een brallend geboer. Als je je oor aan mijn werk legt, hoor je het misschien, want gladgeschoren schrijf ik niet. Als ik op opdrachten jaag word ik niet het zoogdier, ben ik niet de zoogdier, ik baar het. En toegegeven, dat gaat niet geluidloos.

Hoe dan ook: als parfum urine als hoofdbestanddeel heeft kunnen blogs wel wat mammoetzweet gebruiken. Gewoon doorstormen dus. En flink insnuiven.

Fotografie: Wiebren Altena van De Blauwe Spreeuw