Ik heb een voorliefde voor mensen met een sterke Wil. Zoals alles wat je voor jezelf vaststelt is het verstandig je af en toe af te vragen of je zelf nog wel weet wat je daarmee bedoelt. Dat probeerde ik laatst, gezeten achter een kopje koude koffie, omringd door nog op te vouwen was, met op de achtergrond een aanzwellend huilende baby.

Waar had die wils-fetish nou mee te maken? Waarschijnlijk, bedacht ik, met de doorwrochte wens niet al te veel te blijven kleven aan alledaags gezeik. Om vaart te houden, me niet te laten corneren in een gecalculeerde baan, of in een onheus, Madam Tussaud- achtig leven. Wie wilskracht bezit kan als een reus over bepaalde onderwerpen heen stappen, had ik mij poëtisch ingeprent. Gericht het heft in handen nemen op weg naar zijn eigen, onkopieerbare geluk.

Van nature ben ik een mens die graag leeft in razend tempo. Voor sensaties die gelijk staan aan wind in je haar mag je me op elk uur uit mijn bed trappen. Maar sinds ik moeder ben geworden, is dit gehele proces toch wat van kleur veranderd. Ook het moeder zijn wilde ik. Ik wilde het hard, drie maand na doorgehakte knoop was het al zo ver, en negen maand later kon ik al mijn vastbeslotenheid inzetten bij het op de wereld persen van mijn genetische voortzetting.

Maar een baby kost onderhoud. En dat geldt eigenlijk voor alles wat je met de wilskracht bereikt. Eenmaal daar zul je het moeten verzorgen, behouden en bijkans dieper de aarde in schroeven. Daar is ook wil voor nodig, maar wel een wil waar ik nou nooit direct zo heel erg warm voor liep. De saaie Victoriaanse wil van op je plek blijven. Van behoud, van onveranderlijkheid. De kracht van een plateau. Twee samengeknepen lippen.

Terwijl mijn koude koffie in mijn slokdarm crashte bedacht ik dat ik onveranderlijk veel hield van mensen met sterke wil, maar niet meer zo zeker wist of ik mijzelf wel tot die categorie kon rekenen. Ik keek op en zag hoe de grijns op het gezicht van mijn zoontje van vrolijk naar stout oversloeg. ‘Gelukkig zijn mensen die spelen vele malen leuker’ stootte hij uit, in onverstaanbaar jargon.

Fotografie: Wiebren Altena van De Blauwe Spreeuw